Exportluxe, deel 1: Frenken

Bij Nederlandse luxe denken we al snel aan de opvallende modecreaties van Viktor & Rolf. Maar er zijn meer merken van eigen bodem die ook nog eens internationale allure hebben. De kleding van Frenken is namelijk niet alleen succesvol in eigen land, maar ook over de grens.

WIE: ERIK FRENKEN
WAT: MODEMERK FRENKEN

“Luxe staat voor mij voor perfectie en doordachtheid. Het draait om het juiste materiaal, een bijzondere detaillering en een hoogwaardige afwerking. Het is anders dan een item van H&M of Zara. Als je de stof van zo’n item voelt lijkt het vaak net of je in de lucht grijpt, zó dun en ‘fake’.

Met Frenken wilde ik twee jaar geleden graag een modemerk voor vrouwen in de markt zetten, met luxekleding in een hoger segment. Mijn label bestaat uit onderscheidende items waarin de vrouw die het draagt zich zelfbewust voelt. Er zitten betaalbare kledingstukken tussen zoals jeans van 150 euro maar ook prijzigere items, zoals een trenchcoat van ruim duizend euro.

Op de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag begon mijn reis als ontwerper. In de klas werd de vraag gesteld: ‘wie wil er later zijn eigen label?’ en mijn hand ging direct omhoog. Maar op de modeacademie Central Saint Martins in Londen waar ik mijn studie vervolgde en cum laude afstudeerde, was die wens er niet meer. Laat mij maar ervaring op doen bij grote modemerken en bezig zijn met ontwerpen, dacht ik. En dat gebeurde.

STOFFEN VOELEN
Kort na mijn studie ging ik aan de slag bij het Italiaanse modehuis Alberta Ferretti en later als hoofdontwerper women’s wear bij Viktor & Rolf. In die tijd gingen er honderden soorten stof door mijn hand. Het duurde zo’n vijf jaar voordat ik echt kennis van zaken had op dit gebied. Want wanneer is een stof van hoogwaardige kwaliteit bijvoorbeeld en wanneer niet?

Ik vervolgde mijn modecarrière als creative director bij het Nederlandse modemerk Avelon dat ik in 2010 overnam samen met een zakelijk investeerder. Na een verschil in visie met een latere investeerder viel uiteindelijk ongeveer twee jaar geleden het doek voor Avelon. Inmiddels had ik de nodige ervaring opgedaan en wist ik hoe ik een bedrijf moest runnen. Het voelde als een goed moment om mijn eigen merk op te zetten.

Het is niet gemakkelijk maar ook niet onmogelijk 

Frenken zit nog in de beginfase. Voor het echt succesvol maken van een merk staat gemiddeld tien jaar en daar zijn we volop mee bezig. Al mogen we qua verkoop niet klagen. We verkopen via onze webshop en tien fysieke verkooppunten in eigen land, zoals Labels in Sittard en Wendela van Dijk in Rotterdam. Omdat Frenken in een hoger segment opereert, wil ik het in een beperkt aantal winkels verkopen. Kijk maar naar een vergelijkbaar merk als Maison Margiela, dat zie je in ons land ook niet in veel winkels.

Ongeveer twee derde van de items wordt over de grens verkocht. Daar ligt onze focus. Zo verkopen we in onder meer België, Duitsland, China, Japan, het Midden-Oosten en de Verenigde Staten.

Begin dit jaar kreeg ik het Cultuurfonds Mode Stippendium uitgereikt. Een prijs die eerder werd gewonnen door Jan Taminiau en Iris van Herpen en waaraan een geldbedrag van vijftigduizend euro verbonden is. Dit geld wil ik gebruiken voor internationale uitbreiding zodat Frenken straks op zo’n tweehonderd verkooppunten wereldwijd wordt verkocht. Zo staat Harrods nog op mijn wensenlijstje en verschillende Aziatische ketens. Dat zijn misschien niet de gemakkelijkste winkels om binnen te komen, maar het is niet onmogelijk.”